Fazant

beschrijving:
Raszuivere fazanten komen in Vlaanderen nauwelijks voor. De Vlaamse fazant is namelijk haast altijd een kruising van verschillende ondersoorten en bastaarden. De haan van de soort die hier het eerst ingevoerd werd, had bijvoorbeeld geen witte halsring. Latere soorten hadden die echter wl. In Engeland ontstond door kruisingen een blijvend donkere variteit, Tenebrosus genaamd. Van de hoenderachtigen is de fazant in Vlaanderen de meest bekende. De haan en de hen hebben allebei een lange staart. Die van de haan is een stuk langer dan die van de hen. De haan kan alle mogelijke kleuren hebben. Vooral op de borst en in de nek hebben zijn veren een metaalglans. Omdat het voor de hen nodig is een goede broedschutkleur te hebben, is haar verenkleed eenvoudig bruingevlekt.

Jonge hanen zijn van oudere (de zogenaamde overjarige) te onderscheiden door te kijken naar de sporen aan hun poten. Bij de jonge zijn die stomp, bij de overjarige scherp. De haan meet ongeveer 83 cm en zijn gewicht is ongeveer 1250 gram, de hen is ongeveer 58 cm groot en weegt zo'n 900 gram.

  Voorkomen
De fazant is een van de wijdst verspreide hoenderachtigen ter wereld. Hij komt oorspronkelijk uit Azi en Oost-Europa en werd ingevoerd in West-Europa, Noord-Amerika, Noord-Afrika, enzovoorts. Het is een typische standvogel, dat wil zeggen dat hij het hele jaar in hetzelfde gebied blijft. De fazant is in ons land een veel voorkomende broedvogel.

   biotoop
De fazant is van oorsprong een vogel van de rivierdalen. Hij heeft daarom nog steeds het liefst een vochtige omgeving met de nodige dekking, afgewisseld met bouw- en grasland met lage gewassen.
Landbouwgebieden met veel heggen, wallen en begroeide slootkanten zijn dan ook voor de fazant ideaal. Hij kan zich echter goed aanpassen, zodat ook duingebieden en open bossen met ondergroei van bramen, grienden, enzovoorts in aanmerking komen.

   gedrag en leefwijze
De fazant is alleen overdag actief. Roesten (rusten in een nachtleger of op een tak) doen fazanten in groepen, het liefst in bomen of struiken en als die er niet zijn, op een beschutte plek op de grond. De fazant is een echte loopvogel die grote afstanden kan afleggen als hij op zoek is naar voedsel. Hij is ook een erg goede vlieger. Na het opvliegen bereikt hij al vlug een snelheid van 50 tot 60 km per uur (zijn topsnelheid is zo'n 95 km per uur). Hij heeft de gewoonte vaak na een paar honderd meter in glijvlucht weer naar beneden te komen. Als de haan gestoord wordt zal hij meestal met een kokkend geluid opvliegen. De hen houdt zich bij het opvliegen stil. Fazanten leven sociaal, dat wil zeggen dat ze meestal in groepen bij elkaar zijn. In de winter zijn dat groepen van drie of vier hanen met een paar hennen, maar ook wel eens alleen maar hanen.

   voortplanting
In het voorjaar bakent de haan zijn grondgebied af. Hij verdedigt dit fel. Afhankelijk van het weer begint de balts in februari of maart. Het baltsen gebeurt meestal in de vroege morgen en de late namiddag. Afhankelijk van de populatie heeft een haan dan vijf of zes hennen om zich heen. De hen maakt een eenvoudig nest in hoog gras of in ruige begroeiing. Hierin legt ze acht of twaalf eieren. Deze zijn olijfbruin tot groenblauwachtig en niet gevlekt. Het broeden duurt gemiddeld 24 dagen. De kuikens kunnen slecht tegen slagregens en langdurig slecht weer. De eerste drie weken van hun leven eten ze voornamelijk insecten (onder meer de zaagvlieg die in het graan voorkomt). Na acht weken zijn ze zelfstandig en na een jaar geslachtsrijp. In hun eerste herfst krijgen ze het volwassen verenkleed.

voedsel
Het plantaardige voedsel bestaat vooral uit zaden en verder uit eikels, knollen, bessen, wortels, enzovoorts. Aan dierlijk voedsel worden veel voor de landbouw schadelijke slakken en insecten als bladluizen, vlinders en kevers gegeten. Ze gaan vooral in de vroege morgen en een paar uur voor zonsondergang op voedsel uit. Voor een goede spijsvertering pikken ze ook wat grit (kleine steentjes) op. Omdat ze bolgewassen, pootaardappelen en peulvruchten aanpikken en ontkiemend graan of mas los krabben, kunnen fazanten schade aanrichten.

  beheer
Een natuurlijke fazantenstand kan op peil worden gehouden door de jacht op fazanten wat kleinschalig te houden en geen hennen te schieten. Toezicht van bijvoorbeeld een jachthouder of jachtopzichter is hoe dan ook een voorwaarde, zeker ook omdat een goed beheer van de biotoop nodig is (wildakkers, tegengaan van stroperij, kort houden van kraaiachtigen en verwilderde katten en vossen). De zogenaamde braaklegregeling in de landbouw komt in dit opzicht goed van pas, ook al is deze in de eerste plaats bedoeld om de productie van sommige landbouwproducten te beperken.

    Jacht
Fazanten kunnen bejaagd worden van 15 oktober tot en met 15 januari